Massamode

Vanaf de jaren ’60 groeide in onze westerse wereld het verlangen naar luxe en vermaak. Het ontstond in de VS en verspreidde zich snel. De wereld wordt nog steeds gedomineerd door massaproductie en commercie, waarbij het aanbod de vraag schept. Vooral jonge consumenten zijn gevoelig voor de trends die elkaar snel opvolgen. Ook kleding is een massaproduct geworden, en een groeiend probleem. De gevolgen voor de natuur zijn groot.

Verleiding

Hoe het aanbod de vraag van de consument bepaalt zien we in de low-budget winkels; we kopen altijd meer dan we van plan waren. Gelukkig gaan we niet failliet aan de verleiding waaraan we in zo’n winkel worden blootgesteld, het bevredigende gevoel van voordelig kopen overheerst. We staan er nauwelijks bij stil hoe deze artikelen zo voordelig kunnen zijn. Hetzelfde geldt bij voordelig kopen van kleding: “Daar kun je het zelf niet voor maken!” Dat klopt. We hebben het dan over de gebruikte materialen. Maar we weten niet of het katoen wat we dragen, geplukt is door kinderen. En of de gebruikte materialen milieuvriendelijk zijn. Hoe fair is de mode-industrie eigenlijk?

Milieu

De feiten. Van onze kleding wordt 60% gemaakt in ontwikkelingslanden. De fabrieken waar deze kleding gemaakt wordt en de boten waarmee het getransporteerd wordt stoten veel CO2 uit. Bovendien vervuilen ze de zeeën. Circa 60% van kleding bevat plastic. Jaarlijks komt bij het wassen van kleding 500.000 ton aan microvezels vrij, vergelijkbaar met 50 miljard plastic flesjes. In circa 40% van kleding wordt katoen verwerkt. Omdat de katoenplant veel water nodig heeft, worden enorme hoeveelheden water gebruikt bij de katoenteelt. Voor het maken van één katoenen shirt is 2.700 liter water nodig. Bij een douche gebruik je gemiddeld 50 liter. De chemische bestrijdingsmiddelen die gebruikt worden bij de teelt vervuilen de rivieren en het verven van de stoffen het grondwater. Andere belangrijke grondstoffen voor kleding zijn hout en bamboe, de ontbossing als gevolg hiervan is een natuurramp.

Minder

In onze westerse wereld heerst een wegwerpcultuur. Gemiddeld wordt een kledingstuk maar zeven keer gedragen! Veel kleding gooien we weg: alleen in Nederland al 235 miljoen kilo per jaar. Van de geïmporteerde, nieuwe kleding wordt 6,5% niet verkocht, dat zijn ongeveer 21,5 miljoen kledingstukken. Hiervan wordt 1,2 miljoen vernietigd. De afbraak van textiel is een jarenlang proces, van nylon bijvoorbeeld 40 jaar.

Elke seconde ontstaat er een vrachtwagenlading aan afvalkleding. De productie draait door, ook in coronatijd als de winkels hier gesloten zijn. Wanneer komt het besef dat dit moet stoppen? Alleen ons bewustzijn en geweten kan dit veranderen. Milieubewustheid groeit gelukkig. We willen af van de afvalberg en de ‘plastic soep’. We willen bijdragen aan een gezonde wereld en kiezen toenemend voor echtheid in plaats van glitter en glamour. Bij organisch katoen wordt minder water gebruikt. Er worden minder pesticiden gebruikt en het afvalwater wordt schoongemaakt voordat het terug in de natuur wordt gebracht. Dat gaat de goede kant op.

Hergebruik

Ons koopgedrag heeft zeker invloed op het milieu. Hergebruik is een middel om het tij te keren. Kleding een tweede leven geven, helpt om de groei van de afvalberg te verminderen. Het is slim om tweede kans en vintage kleding kopen. Want dat is niet alleen milieubewust, het scheelt ook enorm in de portemonnee. En het is natuurlijk ontzettend leuk om kleding te kopen met een verhaal, een geschiedenis en nog leuker is het bevredigende gevoel dat je voordelig mooie kleding koopt.

Bron: (opgehaald 17-10-2020) https://www.projectcece.nl/blog/is-de-mode-industrie-de-tweede-meest-vervuilende-industrie

Dit bericht is gepost in Blog. Bookmark de link.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.